uitlijnen

Vaststelling:

Behalve door een te lage bandenspanning kan onregelmatige slijtage van de banden worden veroorzaakt door verkeerd uitlijnen van het voertuig. Waardoor dit de volgende oorzaken hebben:
Onregelmatig wegoppervlak, gaten in de weg;
Drempels;
Normale slijtage van mechanische onderdelen.

Vervolgens de gevolgen:

Abnormaal snelle bandenslijtage;
Overmatig brandstofverbruik;
Verandering van het weggedrag.

Door het uitlijnen van het voertuig te controleren en eventueel af te stellen verbetert u ten eerste de levensduur, vervolgens het brandstofverbruik en als laatste het weggedrag van het voertuig.

Als laatste sporing:

Om ervoor te zorgen dat de wielen tijdens het rijden parallel staan, geven autofabrikanten waardes aan voor toespoor of uitspoor bij stilstand.
Gevolgen van onjuiste sporing voor het rijgedrag:
Weinig grip (op nat wegdek)
Te hoog brandstofverbruik
Abnormaal snelle slijtage van de banden.

Het uitlijnen van de wielen van een motorvoertuig is het proces waarbij afwijkingen in de wielstanden worden gecorrigeerd. Deze afwijkingen kunnen bijvoorbeeld zijn ontstaan door het raken van een stoeprand, ook  over een grote steen of door een gat in de weg rijden kan dit als gevolg hebben.

Bij een auto met wielstandafwijkingen kunnen verschillende klachten voorkomen. De belangrijkste in verband met de koersstabiliteit zijn:
de auto trekt naar één kant,
auto stuurt zwaar,
een auto stuurt te licht,
voertuig is niet koersvast (zigzag- of pendelkoers).

sporing toe of uit
ackermann
ackerman

Ackermann-principe

Namelijk een theoretisch model om de hoek van de stuurstangen vast te stellen.

Het Ackermann-principe houdt in dat de hoek van een voorwiel van een voertuig in een bocht 90 graden staat. Dit ten opzichte van een lijn naar een denkbeeldig punt dat in het verlengde van de achteras ligt. Dit alles om te voorkomen dat de voorwielen in een bocht gaan wringen.

 

Het Ackermann-principe is in 1817 ontdekt door de rijtuigbouwer Georg Lankensperger. Hij was woonachtig te München . Bovendien is het gepatenteerd in 1818 door zijn vertegenwoordiger in Engeland.  Rudolph Ackermann (1764–1834). Erasmus Darwin zou het principe al in 1758 ontdekt hebben. Het principe van Ackerman is alleen van toepassing bij een vooras die voorzien is van fusees. Bij een starre vooras zoals bijvoorbeeld een koets vaak heeft, is dit principe niet van toepassing.

 

In de praktijk wordt het denkbeeldige punt door constructeurs vaak niet op de achteras gelegd om betere rijeigenschappen te krijgen. Naast het camber en de caster is meer-, minder- of dicht bij nul ackermann belangrijk voor de rijeigenschappen van een vervoermiddel.  Hieruit volgt dat de rijeigenschappen zullen veranderen.

Negatieve camber

Camber of wielvlucht is de afwijkende stand van de wielen van een voertuig ten opzichte van de verticale lijn door het wiel.

Auto’s

Bij auto’s kent men zowel positieve als negatieve camber.

Ten eerste positieve camber: de bovenkant van de wielen staat verder naar buiten dan de onderkant: dit is meestal nodig bij assen die beladen gaan worden. Door spelingen en doorbuiging zakt de as in het midden iets in, waardoor de wielen slechts met de binnenkant van de banden de weg zouden raken. Door de toepassing van positieve vlucht wordt dit voorkomen. De belading corrigeert deze opzettelijke “fout” en de banden raken de weg over het gehele loopvlak.

 

Vervolgens negatieve camber: de bovenkant van de wielen staat verder naar binnen dan de onderkant. Dit gebeurt in het algemeen bij aangedreven wielen, die door de aandrijfkrachten gecorrigeerd worden.

 

Indien de aangedreven wielen tevens de zwaarst beladen wielen zijn, zoals bij een vrachtauto, wordt een “gulden middenweg” gezocht.

camber